RE: ‘Proloog van een verzelfstandiging’
Het rekenkamerrapport over het toezicht van de gemeente bij Proloog heeft een aantal belangrijke lessen en aanbevelingen opgeleverd. Over die aanbevelingen valt nog stevig te discussiëren. De gemeente zou beter toezicht moeten houden. Maar is dat überhaupt mogelijk als verkeerde cijfers worden voorgeschoteld?
Proloog, de stichting die het openbare basisonderwijs verzorgt, kampt met enorme tekorten, zo werd eerder dit jaar bekend. De stichting heeft hierover lang niets aan de gemeente laten weten. Het duurde tijden voordat er gecommuniceerd werd. Een gebrek aan transparantie is niet goed, een gesloten houding is een probleem. Gemeentelijk toezicht dwingt tot openheid, de aanbeveling tot kwartaalrapportages zou hierbij kunnen helpen. Maar is er sprake van een dieper probleem en zou dat in de cultuur van de organisatie zitten?
Door allerhande wisselingen, zoals ambtenaren die met pensioen gingen en een nieuwe wethouder, verdween bij de gemeente bijna in één keer alle kennis en ervaring met Proloog. Kennis vasthouden is buitengewoon belangrijk voor overheidsorganisaties. Hoe kan hiervoor gezorgd worden? Is een ambtelijke accounthouder, zoals wordt voorgesteld, de oplossing?
De rekenkamer noemt het ‘een paradigma’ dat het goed ging met Proloog: het ging al jaren prima, er was genoeg eigen vermogen en er was een bruidsschat. Dit was inderdaad de beleefde werkelijkheid. Bij de verzelfstandiging heeft de gemeente wel een impliciete risico-inschatting gemaakt, maar er is nooit grondig onderzoek gedaan. Dat had wel gemoeten, zo kunnen we achteraf concluderen. Zelfs als de situatie prima lijkt, maar zeker bij grote wijzigingen in beleid of bij een verzelfstandiging.
De rekenkamer stelt voor een Raad van Toezicht in te stellen bij Proloog, waarbij de gemeente een belangrijke rol heeft. Het is de vraag welke rol de gemeente hierbij zou moeten spelen. Een antwoord op deze vraag gaat niet alleen over Proloog, maar over de rol die de gemeente heeft in de stad. Dat vind ik op dit moment nog niet te zeggen: de grens tussen meebesturen en toezicht wordt zo erg vaag.
De rekenkamer constateert dat Proloog niet ‘in control’ was. Hoe dit heeft kunnen gebeuren, is niet duidelijk. Daar ging dit onderzoek niet over, maar een volgend onderzoek moet deze vraag wel beantwoorden. Uiteindelijk blijkt iedereen zich lange tijd gebaseerd te hebben op gegevens die niet kloppen. Proloog wist gewoon niet wat er met haar geld gebeurde. Het was op, maar waarom? Heeft toezicht überhaupt zin als de onderliggende cijfers niet kloppen? Als dat maar deels het geval is, in hoeverre valt te voorkomen dat zo’n financiële ramp nog een keer gebeurt?
Het rekenkamerrapport wordt waarschijnlijk in januari besproken in de commissie welzijn.

